Naar de inhoud

dinsdag 13 oktober 2026

Carrièreleeuw

Gids

Woordenlijst werk en loon

Van brutoloon tot vaststellingsovereenkomst: de begrippen uit je contract, je cao en je loonstrook, kort uitgelegd.

A

Aanzegtermijn
Bij een tijdelijk contract van 6 maanden of langer moet je werkgever je uiterlijk een maand voor het einde schriftelijk laten weten of je contract wordt verlengd.
Algemeen verbindend verklaard
Een cao waarvan de minister heeft besloten dat hij voor alle werkgevers en werknemers in die sector geldt, ook als ze niet lid zijn van een werkgeversvereniging of vakbond.

B

Brutoloon
Je loon voordat er belasting en premies af gaan. In je contract en in vacatures staat bijna altijd het brutoloon. Meer hierover

C

Cao
Collectieve arbeidsovereenkomst: afspraken tussen werkgevers en vakbonden over loon, toeslagen, werktijden en vrije dagen voor een sector of bedrijf. Meer hierover

D

Dagloon
Het loon per dag waarmee UWV je uitkering berekent: je loon over een jaar, met vakantiegeld, gedeeld door 261, tot een maximum. Meer hierover
Dertiende maand
Een extra maandsalaris per jaar, meestal in december. Er is geen wettelijk recht op; het staat in je cao of contract, net als een eindejaarsuitkering.

H

Heffingskorting
Een korting op de belasting die je betaalt. Voor werknemers zijn de algemene heffingskorting en de arbeidskorting de belangrijkste.

K

Ketenregeling
De regel dat je na drie tijdelijke contracten, of na drie jaar, automatisch een vast contract hebt, tenzij er meer dan zes maanden tussen de contracten zat. Meer hierover

L

Loondoorbetaling bij ziekte
Word je ziek, dan betaalt je werkgever maximaal twee jaar minstens 70 procent van je loon door. Veel cao's geven meer, vaak 100 procent in het eerste jaar.
Loonheffing
De loonbelasting en premies volksverzekeringen die je werkgever van je brutoloon inhoudt en afdraagt aan de Belastingdienst.
Loonheffingskorting
De heffingskortingen die je werkgever al verrekent met je maandloon. Je laat dat maar bij één werkgever tegelijk doen, anders betaal je achteraf bij.
Loonschaal
De bandbreedte van het loon voor een functie in de cao, van het beginbedrag tot het eindbedrag. Ook wel salarisschaal of functiegroep. Meer hierover
Loonstrook
Het overzicht van je werkgever met je brutoloon, alle inhoudingen en je nettoloon. Je werkgever moet hem geven bij elke betaling van je loon; is er niets veranderd, dan mag hij dat overslaan.

M

Minimumjeugdloon
Het minimumloon voor werknemers jonger dan 21: een percentage van het minimumloon, oplopend per leeftijd. Meer hierover
Minimumloon
Het laagste loon dat een werkgever mag betalen. Sinds 2024 is dat een bedrag per uur, nu € 14,99 bruto vanaf 21 jaar. Het wordt op 1 januari en 1 juli aangepast. Meer hierover

N

Nawerking
Loopt een cao af zonder dat er een nieuwe is, dan blijven de afspraken gelden voor wie al in dienst was, tot er een nieuwe cao is. Meer hierover
Nettoloon
Wat er op je rekening komt: je brutoloon min loonheffing en eventueel je pensioenpremie en andere inhoudingen. Meer hierover

O

Oproepcontract
Een contract zonder vast aantal uren (min-max of nul-uren). Na twaalf maanden moet je werkgever je een vast aantal uren aanbieden, gebaseerd op wat je gemiddeld werkte.
Opzegtermijn
Hoe lang je nog in dienst blijft nadat jij of je werkgever heeft opgezegd. Voor jou is dat meestal 1 maand; voor je werkgever hangt het af van hoe lang je er werkt. Meer hierover

P

Pensioenpremie
Het deel van je brutoloon dat naar je pensioenfonds gaat. Staat op je loonstrook en verlaagt je loon waarover je belasting betaalt.
Proeftijd
De periode aan het begin van je contract waarin jij en je werkgever per direct kunnen stoppen. Hooguit 2 maanden, bij contracten van 6 maanden of korter niet toegestaan. Meer hierover

T

Transitievergoeding
Een vergoeding als je werkgever je ontslaat of je tijdelijke contract niet verlengt: een derde maandsalaris per jaar dat je in dienst was. Meer hierover
Trede of periodiek
Een stap binnen je loonschaal. Veel cao's geven je elk jaar een periodiek erbij tot je het eind van je schaal bereikt.

V

Vakantiedagen
Je hebt per jaar recht op minstens vier keer het aantal uren dat je per week werkt. Wettelijke dagen vervallen zes maanden na het jaar waarin je ze opbouwde; bovenwettelijke dagen pas na vijf jaar. Meer hierover
Vakantiegeld
Een extra bedrag van minstens 8 procent van je brutoloon, meestal in mei of juni uitbetaald. Ook wel vakantiebijslag genoemd.
Vaststellingsovereenkomst
Een afspraak waarin jij en je werkgever samen het contract beëindigen. Laat hem nakijken voor je tekent: hij bepaalt je vergoeding en kan gevolgen hebben voor je WW.

W

Wekeneis
Voor WW moet je in de 36 weken voor je werkloos werd, in minstens 26 weken hebben gewerkt.
WW
De werkloosheidsuitkering van UWV. De eerste twee maanden 75 procent van je dagloon, daarna 70 procent, voor minimaal 3 en maximaal 24 maanden. Meer hierover

Bronnen

  1. Burgerlijk Wetboek boek 7 (arbeidsovereenkomst)
  2. Rijksoverheid, minimumloon
  3. UWV, WW-uitkering
  4. Burgerlijk Wetboek boek 7, artikelen 626, 628a, 629, 634, 640a en 642

Meer rekenhulpen

Alle 11