Gids
Woordenlijst werk en loon
Van brutoloon tot vaststellingsovereenkomst: de begrippen uit je contract, je cao en je loonstrook, kort uitgelegd.
- Aanzegtermijn
- Bij een tijdelijk contract van 6 maanden of langer moet je werkgever je uiterlijk een maand voor het einde schriftelijk laten weten of je contract wordt verlengd.
- Algemeen verbindend verklaard
- Een cao waarvan de minister heeft besloten dat hij voor alle werkgevers en werknemers in die sector geldt, ook als ze niet lid zijn van een werkgeversvereniging of vakbond.
- Brutoloon
- Je loon voordat er belasting en premies af gaan. In je contract en in vacatures staat bijna altijd het brutoloon. Meer hierover
- Cao
- Collectieve arbeidsovereenkomst: afspraken tussen werkgevers en vakbonden over loon, toeslagen, werktijden en vrije dagen voor een sector of bedrijf. Meer hierover
- Dagloon
- Het loon per dag waarmee UWV je uitkering berekent: je loon over een jaar, met vakantiegeld, gedeeld door 261, tot een maximum. Meer hierover
- Dertiende maand
- Een extra maandsalaris per jaar, meestal in december. Er is geen wettelijk recht op; het staat in je cao of contract, net als een eindejaarsuitkering.
- Heffingskorting
- Een korting op de belasting die je betaalt. Voor werknemers zijn de algemene heffingskorting en de arbeidskorting de belangrijkste.
- Ketenregeling
- De regel dat je na drie tijdelijke contracten, of na drie jaar, automatisch een vast contract hebt, tenzij er meer dan zes maanden tussen de contracten zat. Meer hierover
- Loondoorbetaling bij ziekte
- Word je ziek, dan betaalt je werkgever maximaal twee jaar minstens 70 procent van je loon door. Veel cao's geven meer, vaak 100 procent in het eerste jaar.
- Loonheffing
- De loonbelasting en premies volksverzekeringen die je werkgever van je brutoloon inhoudt en afdraagt aan de Belastingdienst.
- Loonheffingskorting
- De heffingskortingen die je werkgever al verrekent met je maandloon. Je laat dat maar bij één werkgever tegelijk doen, anders betaal je achteraf bij.
- Loonschaal
- De bandbreedte van het loon voor een functie in de cao, van het beginbedrag tot het eindbedrag. Ook wel salarisschaal of functiegroep. Meer hierover
- Loonstrook
- Het overzicht van je werkgever met je brutoloon, alle inhoudingen en je nettoloon. Je werkgever moet hem geven bij elke betaling van je loon; is er niets veranderd, dan mag hij dat overslaan.
- Minimumjeugdloon
- Het minimumloon voor werknemers jonger dan 21: een percentage van het minimumloon, oplopend per leeftijd. Meer hierover
- Minimumloon
- Het laagste loon dat een werkgever mag betalen. Sinds 2024 is dat een bedrag per uur, nu € 14,99 bruto vanaf 21 jaar. Het wordt op 1 januari en 1 juli aangepast. Meer hierover
- Nawerking
- Loopt een cao af zonder dat er een nieuwe is, dan blijven de afspraken gelden voor wie al in dienst was, tot er een nieuwe cao is. Meer hierover
- Nettoloon
- Wat er op je rekening komt: je brutoloon min loonheffing en eventueel je pensioenpremie en andere inhoudingen. Meer hierover
- Oproepcontract
- Een contract zonder vast aantal uren (min-max of nul-uren). Na twaalf maanden moet je werkgever je een vast aantal uren aanbieden, gebaseerd op wat je gemiddeld werkte.
- Opzegtermijn
- Hoe lang je nog in dienst blijft nadat jij of je werkgever heeft opgezegd. Voor jou is dat meestal 1 maand; voor je werkgever hangt het af van hoe lang je er werkt. Meer hierover
- Pensioenpremie
- Het deel van je brutoloon dat naar je pensioenfonds gaat. Staat op je loonstrook en verlaagt je loon waarover je belasting betaalt.
- Proeftijd
- De periode aan het begin van je contract waarin jij en je werkgever per direct kunnen stoppen. Hooguit 2 maanden, bij contracten van 6 maanden of korter niet toegestaan. Meer hierover
- Transitievergoeding
- Een vergoeding als je werkgever je ontslaat of je tijdelijke contract niet verlengt: een derde maandsalaris per jaar dat je in dienst was. Meer hierover
- Trede of periodiek
- Een stap binnen je loonschaal. Veel cao's geven je elk jaar een periodiek erbij tot je het eind van je schaal bereikt.
- Vakantiedagen
- Je hebt per jaar recht op minstens vier keer het aantal uren dat je per week werkt. Wettelijke dagen vervallen zes maanden na het jaar waarin je ze opbouwde; bovenwettelijke dagen pas na vijf jaar. Meer hierover
- Vakantiegeld
- Een extra bedrag van minstens 8 procent van je brutoloon, meestal in mei of juni uitbetaald. Ook wel vakantiebijslag genoemd.
- Vaststellingsovereenkomst
- Een afspraak waarin jij en je werkgever samen het contract beëindigen. Laat hem nakijken voor je tekent: hij bepaalt je vergoeding en kan gevolgen hebben voor je WW.
- Wekeneis
- Voor WW moet je in de 36 weken voor je werkloos werd, in minstens 26 weken hebben gewerkt.
- WW
- De werkloosheidsuitkering van UWV. De eerste twee maanden 75 procent van je dagloon, daarna 70 procent, voor minimaal 3 en maximaal 24 maanden. Meer hierover
A
B
C
D
H
K
L
M
N
O
P
T
V
W